Twee renners, één tandem
Zie je twee renners samen op één fiets? Dan kijk je naar de B-klasse. Deze klasse is er voor renners met een visuele beperking.
Zij rijden op een tandem met voorop een ziende pilot. De pilot stuurt, houdt de andere renners in de gaten en kiest de juiste lijn op de baan.
Achterop zit de para-atleet met de visuele beperking. Samen leveren ze het vermogen om de tandem zo snel mogelijk over de baan te krijgen. Beide renners trappen mee.
Goede communicatie, timing en samenwerking zijn daarom onmisbaar.
Wat voor wedstrijden zie je?
Niet iedere race werkt hetzelfde. Tijdens het WK komen verschillende onderdelen samen.
Tijdrit
Bij een tijdrit draait alles om de klok: wie legt de afstand het snelst af?
Sprint
In de sprint spelen explosiviteit en tactiek een grote rol. Renners kiezen hun positie en wachten soms tot het perfecte moment om vol aan te gaan.
Individuele achtervolging
Bij de individuele achtervolging starten twee renners aan verschillende kanten van de baan en jagen ze op de snelste tijd.
Scratch
Tijdens groepsonderdelen zoals de scratch staan meerdere renners tegelijk op de baan en draait het om één simpele vraag: wie komt als eerste over de finish?
Wat betekent C1 tot en met C5?
Tijdens het WK zie je de categorieën C1 tot en met C5. De C staat voor Cycle. Deze renners rijden zelfstandig op een baanfiets, die waar nodig kan worden aangepast aan de renner.
Het cijfer geeft aan hoeveel invloed de beperking heeft op het fietsen.
C1
Binnen de C-klassen heeft de beperking hier de grootste functionele invloed op het fietsen.
C2, C3 en C4
Daartussen neemt de functionele invloed stap voor stap af.
C5
Binnen de C-klassen heeft de beperking hier de kleinste functionele invloed op het fietsen.
Een hoger cijfer betekent dus niet dat iemand een betere renner is. Iedere klasse vormt een eigen wedstrijdcategorie en kent zijn eigen wereldkampioenen.
Waarom zijn er verschillende klassen?
Niet iedere lichamelijke of visuele beperking heeft dezelfde invloed op fietsen. Daarom kent het para-baanwielrennen verschillende classificaties.
Het doel daarvan is om sporters met een vergelijkbare functionele uitgangspositie tegen elkaar te laten strijden.
Daarbij draait het niet alleen om welke beperking een renner heeft. Er wordt vooral gekeken naar de invloed die deze heeft op het fietsen. Denk bijvoorbeeld aan kracht leveren, balans houden, coördinatie of het bewegen van een arm of been.
Twee renners met verschillende beperkingen kunnen daardoor toch in dezelfde klasse uitkomen.
Alles voor de regenboogtrui
Voor de renners staat in Apeldoorn het hoogst haalbare op het spel: de wereldtitel.
Wie wereldkampioen wordt, verdient niet alleen een gouden medaille. De winnaar mag ook de beroemde regenboogtrui dragen. De witte trui met de gekleurde banen is wereldwijd hét symbool van de regerend wereldkampioen in de wielersport.
Iedere renner komt met een eigen verhaal en vanuit een andere uitgangspositie naar Apeldoorn. Maar op de baan delen ze dezelfde ambitie: alles geven voor die wereldtitel.
Beleef het zelf in Omnisport Apeldoorn
Snelheid, tactiek, explosieve sprints en de strijd om de regenboogtrui. Tijdens het WK Para-baanwielrennen zie je de beste renners ter wereld strijden om de wereldtitels.
Neem plaats op de tribune van Omnisport Apeldoorn en beleef het van dichtbij.